De Nederlandse Heide

David Peskens

In de fotoserie die David Peskens voor de beurs maakte, onderzoekt hij verschillende facetten van de Nederlandse heide. Want wat gaat er schuil achter dit landschap dat voor veel mensen zo vanzelfsprekend deel uitmaakt van hun omgeving? Zijn beelden laten verschillende facetten zien, waarbij ook zeker de rol van de mens niet onderbelicht blijft. Want zonder de mens zou het heidelandschap niet eens bestaan.

klik hier om Davids portfolio te bekijken
^ N 50,92823° > E 005,99935°
^ N 52,04690° > E 006,01217°

De heidegeschiedenis

Potstallen werden vanaf de 18e eeuw gebouwd en gebruikt om schapen te huisvesten en dienden als "productiehuis" voor mest. Boeren in de regio kochten een aantal schapen die door een herder tot een grote kudde werden bijeengebracht. De winter werd gebruikt om mest te produceren. De schapen slapen dan in de stal en hun uitwerpselen, vermengd met heideplaggen en stro, vormden de mest die werd gebruikt om over het land van de boeren uit te spreiden.

Boeren kregen een hoeveelheid mest op basis van het aantal schapen die zij hadden ingebracht in de kudde. Na de uitvinding van de kunstmest in de 19e eeuw, verloren deze stallen hun functie. In deze 19e eeuwse Veluwse potstal, beheerd door de Stichting Rhedense Schaapskudde, wordt het principe nog steeds toegepast met een kudde die 140 schapen telt.
^ N 52,01278° > E 006,02687°
Tegenwoordig dient de heide voor veel mensen als recreatiegebied. Door het open landschap is het een ideaal gebied om te wandelen, hardlopen, paardrijden en ravotten.
^ N 50,92823° > E 005,99935°
Naast kleinschalig onderhoud als begrazing en plaggen, moet er zo nu en dan ook groot onderhoud worden uitgevoerd. Dit levert geen fraai gezicht op, maar is nodig om de heidestruiken de kans te geven zich uit te breiden en om te voorkomen dat een heidegebied dichtgroeit en in bos transformeert. Te groot geworden vliegdennen worden machinaal verwijderd.
^ N 50,92164° > E 006,00474°
^ N 50,92823° > E 005,99935°
De bastaardzandloopkever leeft op overgangsgebieden tussen hei en zandvlakten en heeft zich aangepast om op een zeer hete ondergrond te overleven. Door zijn poten als stelten te gebruiken is hij in staat temperaturen tot 60 graden celcius te verdragen.